De Raad voor Cultuur heeft in een advies bekendgemaakt welk immaterieel erfgoed kansrijk is om te worden opgenomen op UNESCO’s ‘Representatieve lijst van het immaterieel cultureel erfgoed van de mensheid’. Het gaat om een breed palet van vijf zogeheten ‘erfgoedelementen’, die worden beoefend in Nederland.
Immaterieel erfgoed is levend erfgoed. Het wordt beoefend, geborgd en gekoesterd door mensen en blijft zich met de tijd mee ontwikkelen. De opname op de lijst biedt een belangrijke vorm van erkenning en daarmee borging. Voor de nominatieronde van 2027 selecteerde de raad vijf zeer uiteenlopende, maar allemaal even kansrijke erfgoedelementen, variërend van festiviteiten tot ambachten en leefculturen.
Daaronder de herdenking en viering van het Leidens Ontzet 1574 en Pride Amsterdam. De drie andere kanshebbers zijn heggenvlechten, het fanfareorkest en de Nederlandse woonwagencultuur.
Zomercarnaval Rotterdam
Het is aan de nieuwe minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Rianne Letschert om een besluit te nemen over de voordracht ter nominatie bij UNESCO in 2027. De raad maakte de voorselectie op verzoek van haar ambtsvoorganger.
Nederland telt op dit moment vijf immateriële erfgoedelementen. Een daarvan is het Rotterdamse Zomercarnaval, dat in 2023 werd toegevoegd aan de lijst. De andere zijn het ambacht van de molenaar (2017), de corsocultuur (2021), de valkerij (2021) en de traditionele bevloeiing van grasland (2023).