13 maart 2009

IDEA zet vraagtekens bij bureauomzet als maatstaf

Door Sjoerd Weikamp

Rubrieken

Een minimale bureauomzet als voorwaarde voor deelname aan een pitch of aanbesteding? IDEA zegt in haar nieuwsbrief deze geluiden stees vaker te horen. Recent vroeg een opdrachtgever onder andere een minimale jaaromzet van 11 miljoen. Los van het feit dat op deze manier aanbestedingen vrijwel naadloos lijken aan te sluiten op slechts een of enkele bureaus, zet IDEA vraagtekens bij de bureauomzet als maatstaf.

Branchevereniging IDEA verdedigt haar standpunt in de eigen nieuwsbrief: 'Bureauomzet is een relatief begrip dat een vertekend beeld kan geven van de omvang en status van een bureau. Stel: bureau A koopt alles voor de klant in en laat ook de facturen via zijn bureau verlopen. Bureau A is dan natuurlijk alleen op papier groter dan bureau B dat alleen een factuur stuurt voor eigen uren en de toeleveranciers rechtstreeks rekeningen laat indienen bij de opdrachtgever. Daarom is het bruto bureau-inkomen (BBI) - omzet minus inkoop van derden - een veel zuiverder beoordelingsmaat.'

Meer transparantie
Ook Bram Nauta – IDEA-lid en directeur van Nauta Evenementencommunicatie – pleit ervoor dat IDEA het bruto bureau-inkomen opneemt in haar Richtlijnen voor pitches. ‘Het BBI is gewoon de betere maatstaf, die onderlinge vergelijking van bureaus mogelijk maakt. Het past ook beter bij het streven naar transparantie. Ik vind: als je transparant wilt zijn voor je opdrachtgevers, dan zijn alle offertes inzichtelijk. De opdrachtgever kan kiezen tussen één contractpartner (bureau) of een rechtstreekse opdracht aan alle betrokken derde partijen. Het bureau factureert in dat laatste geval alleen haar uren. Terwijl de opdracht inhoudelijk niet wijzigt, kan de omzet voor het bureau dan bijvoorbeeld maar 10% zijn van het totale budget. Daarom is naar mijn mening bureauomzet een onvoldoende transparante maat bij aanbestedingen: het biedt geen zicht op de omvang van het bureauaandeel en het aandeel van derden.’