Ticketfees en doorverkoop kosten Amerikaanse fans jaarlijks 11 miljard dollar
Volgens het onderzoek How to Save Audiences $11 Billion on Live Events lopen de onnodige meerkosten voor Amerikaanse bezoekers op tot ongeveer 11,3 miljard dollar per jaar. Daarvan komt naar schatting 6,8 miljard dollar voort uit wat de onderzoekers als buitensporige service- en verwerkingskosten beschouwen. Nog eens 4,5 miljard dollar is het gevolg van prijsopdrijving bij de doorverkoop van tickets.
Vooral professionele ticketbrokers spelen volgens onderzoeker Brian Shearer een belangrijke rol. Zij kopen grote hoeveelheden tickets op zodra deze beschikbaar komen, soms met behulp van bots en meerdere accounts, om ze vervolgens voor hogere prijzen opnieuw aan te bieden. Volgens het rapport bestaat inmiddels 70 tot 80 procent van de Amerikaanse secundaire ticketmarkt uit professionele resellers.
Doorverkoop levert vooral hogere prijzen op
Voorstanders van een vrije secundaire markt wijzen erop dat doorverkoop consumenten ook de mogelijkheid biedt om goedkoper aan tickets te komen. Uit de berekeningen van Vanderbilt komt echter een ander beeld naar voren. Het voordeel van tickets die onder de oorspronkelijke prijs worden doorverkocht, bedraagt volgens het onderzoek jaarlijks ongeveer 414 miljoen dollar. Daartegenover staat 4,9 miljard dollar aan meerkosten door tickets die juist boven de oorspronkelijke prijs worden verkocht.
De onderzoekers stellen bovendien dat hogere resaleprijzen niet terechtkomen bij de artiesten, podia of organisatoren die het evenement daadwerkelijk produceren.
Maximum van 10 procent op ticketfees
Vanderbilt komt daarom met twee concrete voorstellen. Tickets zouden niet meer boven de oorspronkelijke verkoopprijs mogen worden doorverkocht en de verwerkingskosten van online ticketplatforms zouden maximaal 10 procent van de ticketprijs mogen bedragen. Consumenten die onverwacht niet naar een evenement kunnen, moeten hun ticket wel gewoon online kunnen blijven doorverkopen.
De voorstellen sluiten aan bij maatregelen die op verschillende plekken al worden genomen. Rhode Island beperkt zowel resaleprijzen als ticketfees, terwijl onder meer Washington D.C. en Vermont grenzen hebben gesteld aan doorverkoopprijzen. Maine hanteert een maximum van 10 procent voor servicekosten.
De Amerikaanse National Independent Venue Association (NIVA) heeft zich achter het Vanderbilt-onderzoek geschaard. Volgens de brancheorganisatie benadrukt het rapport dat strengere regels nodig zijn om live-entertainment toegankelijk en betaalbaar te houden.
Foto: Kanishk Agarwal